‘Wat ben je aan het doen’, vraagt Maurice vanaf zijn thuiswerk plek. Niks en klabammmmm, een harde knal.
Komen we erachter dat onze wasmachine heeft besloten om uit de berging kast te springen en gaat rond centrifugerend verder op de grond.
De wasmachine was een inspiratiebron voor het gedicht van Jette Edelijn….
Dit stuk ontstond uit iets kleins: irritatie over de herrie van de wasmachine op mijn kamer. Maar hoe langer ik luisterde, hoe meer het ging lijken op mijn hoofd – druk, chaotisch, nooit stil. Wat begon als frustratie, werd een metafoor voor hoe het voelt om vast te zitten in je eigen gedachten. Soms moet je de stekker eruit trekken om te leren hoe je opnieuw kunt draaien. Op je eigen manier. In je eigen tempo.
De wasmachine in je hoofd
Niet een ouderwetse die rustig zucht en kreunt,
maar die moderne, met een touchscreen,
duizenden programma’s en een motor die opstijgt naar de ruimte.
Rondjes draaien, steeds sneller,
steeds luider – schoonmakend ondertussen.
Kreukels, vlekken, sokken zonder match,
dingen die niet meer schoon willen.
Elke keer als ik alles netjes heb gesorteerd,
vind ik een sok tussen het beddengoed.
Een vlek die nooit meer weggaat
of een scheur die groter wordt na elke wasbeurt.
Iedereen zei dat ik anders was.
Te kleurrijk in een trommel van grijs.
Een regenboogsok tussen witte T-shirts.
Ze fluisterden, stemmen als harde pieptonen,
elke stap naar school:
“Daar heb je haar. De freak, kneus,
loser met haar hoofd in het sop.”
Hetzelfde programma. Keer op keer.
Spoelen. Wassen. Centrifugeren.
Niets blijft over.
Ik?
Mijn mond als wasknijper,
altijd gesloten, nooit terug gesproken.
Het stopt niet als je thuis bent.
Mijn kamer geen safe haven,
geen droogrek in de zon.
Want voor de spiegel,
zie je niet jezelf.
Je ziet hen.
Woorden in je ogen,
stemmen in je oren.
Een fucking echo.
“Je bent te dik.”
“Je bent niks.”
“Je wordt niks.”
Ik geloofde het.
Godverdomme,
ik geloofde het.
Draaiend hoofd.
De trommel bleef tollen,
komt er nooit een einde aan.
Waar is geen water,
haal ik nog adem
of doe ik alsof.
Toen dacht ik:
“Misschien moet de stekker eruit.”
Misschien moet de machine stoppen.
Stekker uit de muur
en dat was het.
Het was stil.
Geen rondjes meer.
Geen sokken zonder match.
Geen oneindig programma.
Stilte. Eindelijk stilte.
Ik realiseerde
stilte is geen einde,
maar een pauze.
Ik moest leren
een eigen was te draaien,
een eigen programma te kiezen.
Kiezen hoe heet het water is,
kiezen hoe lang ik wil spoelen.
Ik moest leren dat sommige vlekken niet weggaan.
Dat is oké.
Mijn hoofd is nog steeds een wasmachine.
Maar ik bepaal de stand.
Bepaal wanneer ik stop.
En wat ik geleerd heb is dit:
Wees lief voor je wasgoed.
Kleuren lopen soms door.
Sokken raken soms kwijt.
Het is jouw wasmachine.
Laat niemand jouw was draaien.
Heb je het gevoel dat je jezelf voorbijloopt? Voel je je constant moe en lig je vaak ’s nachts te piekeren? Heb je regelmatig hoofdpijn en kun je je moeilijk concentreren? Komt er weinig uit je handen? Zie je overal tegenop?